De belastingheffing in box 3 blijft een onderwerp dat veel particulieren bezighoudt. Dat is begrijpelijk, want het gaat over de manier waarop spaargeld, beleggingen, vastgoed en andere vermogensbestanddelen in de toekomst worden belast. De bedoeling is al langere tijd om toe te werken naar een stelsel waarin niet langer een fictief rendement centraal staat, maar het werkelijke rendement.
Eerste kamer stelt ‘Wet werkelijk rendement’ uit.
Toch is de nieuwe wet er nog niet. De Eerste Kamer heeft de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 uitgesteld. Daarmee is het wetsvoorstel niet van tafel, maar de politieke behandeling is wel opnieuw vertraagd. Het kabinet krijgt nu ruimte om met aanpassingen te komen via een zogenoemde novelle. Pas daarna wordt duidelijk of het voorstel in aangepaste vorm voldoende steun krijgt.
Waar gaat de discussie over?
De kern van het wetsvoorstel is dat belasting in box 3 meer moet aansluiten bij wat iemand daadwerkelijk aan rendement behaalt. Denk aan rente, dividend, huurinkomsten en waardeontwikkelingen van beleggingen of andere bezittingen. Daarmee zou het huidige systeem, waarin grotendeels met forfaitaire rendementen wordt gewerkt, op termijn worden vervangen.
Juist op dat punt ontstaat ook de meeste discussie. In het voorstel wordt namelijk in veel gevallen niet alleen gekeken naar inkomsten die daadwerkelijk zijn ontvangen, maar ook naar waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd. Met andere woorden: ook een stijging van de waarde van een woning kan meetellen, zelfs als de woning nog niet is verkocht.
Dat wordt in het debat vaak aangeduid als belastingheffing over “papieren winst”.
Voor veel belastingplichtigen voelt dat ongemakkelijk. Een belegging kan op papier meer waard zijn geworden, maar zolang er niet is verkocht, is dat rendement nog niet beschikbaar op de bankrekening. Tegelijkertijd wil de overheid een stelsel dat beter aansluit bij de werkelijke vermogensontwikkeling en dat budgettair uitvoerbaar blijft.
Vermogensaanwas of vermogenswinst?
Daarmee draait de discussie eigenlijk om een belangrijke keuze: moet jaarlijks worden gekeken naar de waardeontwikkeling van vermogen, of moet belastingheffing pas plaatsvinden wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd?
Bij een vermogensaanwasbelasting worden jaarlijkse waardestijgingen en waardedalingen meegenomen. Dat sluit in theorie dichter aan bij de jaarlijkse ontwikkeling van het vermogen, maar kan in de praktijk leiden tot belasting betalen over rendement dat nog niet is verzilverd. Bij een vermogenswinstbelasting vindt belastingheffing pas plaats op het moment van verkoop of realisatie. Dat voelt voor veel mensen logischer, omdat er dan daadwerkelijk geld vrijkomt. Daar staat tegenover dat zo’n systeem vaak ingewikkelder is in de uitvoering en gevolgen kan hebben voor de belastingopbrengsten.
In het huidige wetsvoorstel wordt als hoofdregel uitgegaan van een vorm van vermogensaanwasbelasting. Voor bepaalde vermogensbestanddelen, zoals onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen, is juist gekozen voor belastingheffing bij realisatie. De discussie is nu of die lijn verder moet worden aangepast.
Wat zijn de gevolgen?
Voorlopig verandert er nog niets definitief en heeft dit uitstel geen gevolgen, behalve dat de onzekerheid blijft. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen met een beleggingsportefeuille, verhuurd vastgoed, een tweede woning of ander vermogen dat in waarde kan schommelen. De tijd om voor te sorteren op nieuwe regelgeving wordt steeds korter en dat is vervelend!
De beoogde invoeringsdatum van het nieuwe stelsel is nog steeds 1 januari 2028, maar de uiteindelijke vorm staat nog niet vast. De komende maanden zijn daarom belangrijk. Het kabinet zal moeten aangeven welke aanpassingen het wil doorvoeren en vervolgens moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer zich daarover buigen.
Kortom
Box 3 blijft volop in ontwikkeling. De richting is helder, meer belastingheffing op basis van werkelijk rendement, maar de precieze invulling is nog onderwerp van politiek debat.
Onze visie
Bij Vermogensbeheer Friesland volgen wij deze ontwikkelingen nauwgezet. Niet omdat elke politieke tussenstap direct actie vraagt, maar omdat fiscale wijzigingen op termijn invloed kunnen hebben op de vermogensplanning. Ons uitgangspunt blijft hetzelfde: rust, overzicht en voorbereiding. Juist wanneer de regels nog niet definitief zijn, is het belangrijk om geen overhaaste beslissingen te nemen. Dus we houden het in de gaten en wachten het besluit af.