Pensioen: Het nieuwe verdienmodel van de overheid!
De plannen van de overheid om de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller te laten stijgen, zijn geen toeval. Ze zijn het gevolg van een rekensom. Een grote rekensom, waarin kosten en opbrengsten tegenover elkaar worden gezet. Het verschuiven van de pensioenleeftijd van 1 jaar levert de overheid een kleine 54 miljard op. Pensioen wordt daarbij steeds minder gezien als een sociale voorziening, en steeds meer als een financieel instrument om de begroting in balans te houden.

Wanneer kan ik stoppen met werken?
De AOW-uitkering is een basisvoorziening voor iedereen en wordt bepaald en betaald door de overheid. Voor werknemers die pensioen hebben opgebouwd via de werkgever, is er een aanvulling op de AOW-uitkering en is er de mogelijkheid om het pensioen naar voren te halen. Voor deze werknemers is er dus nog enige mate van flexibiliteit, al betaal je dan wel het hoge tarief aan inkomstenbelasting. Voor ondernemers is er in feite niets geregeld, behalve een minimumvoorziening: de AOW. En juist aan die AOW wordt nu gesleuteld.
Vergrijzing is te duur geworden
Er komen steeds meer AOW-gerechtigden en relatief minder werkenden die dit betalen. Dat maakt het huidige systeem op termijn onhoudbaar. Het opschuiven van de AOW-leeftijd betekent in de praktijk:
- Mensen moeten langer doorwerken
- De overheid hoeft langer ‘géén AOW’ uit te keren
- In het jaar dat er geen AOW meer wordt uitgekeerd betaal je het hoge tarief aan inkomstenbelasting.
De rekensom achter de schermen
Een jaar extra ‘geen AOW’ uitkeren levert de overheid ongeveer € 51,9 miljard op. Daarnaast betalen de mensen die dus dit jaar nog geen AOW ontvangen, nog gewoon het hoge tarief inkomstenbelasting. Dit levert te overheid ongeveer € 2 miljard extra op. Dat maakt het verhogen van de AOW-leeftijd een zeer rendabele maatregel voor de overheid. Het belang van de overheid is daarmee helder: balans vinden tussen kosten en opbrengsten. Dat is begrijpelijk vanuit beleidsperspectief, maar het wringt met de realiteit van mensen zelf.
Het systeem is blind voor de realiteit
Hoe groot is de kans dat een verhuizer, bouwvakker of zorgmedewerker op zijn 69e nog volledig inzetbaar is? Het systeem maakt geen onderscheid tussen fysieke beroepen en kantoorbanen. De AOW-leeftijd is uniform, maar de belastbaarheid van mensen is dat niet.
Wie geen eigen voorziening heeft opgebouwd, móet doorwerken tot die door de overheid vastgestelde datum.
Pensioen wordt daarmee afhankelijk van politiek
De AOW-leeftijd is geen vast gegeven meer, maar een politieke variabele.
Dat betekent dat uw persoonlijke toekomstplanning mede afhankelijk wordt van:
Levensverwachtingscijfers, begrotingstekorten en kabinetsafspraken
Uw pensioen wordt daarmee steeds minder een persoonlijk plan, en steeds meer een beleidsinstrument.
Vrijheid begint bij eigen verantwoordelijkheid
Wie los wil komen van deze afhankelijkheid, zal zelf iets moeten doen. Niet om de AOW te vervangen, maar om:
- keuzevrijheid te creëren
- minder afhankelijk te zijn van politieke besluiten
- zelf te bepalen wanneer en hoe er wordt afgebouwd
Alles wat de overheid straks nog uitkeert, is dan een bonus. Het gooit je leven niet (meer) overhoop!
Twee routes: aanvullend pensioen en vrij vermogen
Wie vooruit wil plannen, heeft grofweg twee sporen:
- Fiscaal gefaciliteerd pensioenvermogen (zoals lijfrente binnen de regels)
- Vrij vermogen (sparen en beleggen in box 3)
Het eerste geeft fiscale voordelen maar is gebonden aan de door de overheid vastgestelde AOW-leeftijd. Het tweede geeft vrijheid: eerder stoppen, minder werken of tijdelijk pas op de plaats maken. Juist die combinatie geeft grip.
De kernvraag is simpel
De vraag is niet wanneer u met pensioen mág, maar wanneer je financieel kunt stoppen. Pensioen is te belangrijk om volledig aan Den Haag over te laten. Wie vrijheid wil, maakt vandaag nog een afspraak voor het maken van een vermogensplan. Een plan waarvan jijzelf de regisseur bent!
Wil je er een keer verder naar kijken? Kom langs, dan trakteer ik op een kopje koffie!